Slavernij

Op woensdag gaan we vroeg op pad met alle spullen om op het laatste nippertje nog een’ toeristische attractie’ aan te doen: Livingstonia, een Christelijke missiepost gesticht door de Schotten, gelegen op zo’n 900 meter boven het meer op het Nyika Plateau.

Ons eerste ritje in het openbaar vervoer

Ruud zit wat krapjes.

Het dorp, met nog altijd een grote private school voor voortgezet onderwijs, is alleen bereikbaar via een extreem slechte zandweg met 19 haarspeldbochten.

Pas tegen twee uur vinden we een lift; we persen ons in een jeep en botsen en rammelen in een lang uur naar boven, vergezeld door 5 Britse rugzaktoeristen die de tijd proberen te doden met raadsels.

Museum The Stone House

Stone House Museum – Livingstonia, Malawi.

Boven vinden we een brede laan met prachtige bomen, enkele koloniale huizen, een mooi uitzicht, een flinke kerk en een echt museum: het voormalig woonhuis van de Schotse missonaris Dr. Robert Laws. In keurige vitrinekasten met brieven van de missionaris, foto’s en allerlei persoonlijke artefacten ontstaat een beeld van de geschiedenis van Malawi sinds de ‘ontdekking’ (zo noemen ze het zelf) ervan door de Portugezen.

Slavenhandel

Glas in lood met dubieuze afbeelding in de kerk van Livingstonia.

Door deze ontdekking stond de weg vrij voor de Arabieren die vanaf Zanzibar het hele gebied begonnen te veroveren en er handelsposten inrichtten. Niet alleen veroorzaakte dit grote onrust onder de tot dan toe verschillende vreedzaam levende stammen, ook was het het startsein van het begin van een zeer heftige handel in slaven, in een tijd dat de Nederlandse slavernij juist was afgeschaft.

Zo vanaf 1840 begonnen de Omani, onder leiding van de sultan van Oman, op grote schaal mensen te roven om hen verkopen op de slavenmarkt van Zanzibar. De Arabieren (zo noemt men ze, het waren niet alleen inwoners van het Arabische schiereiland/Midden-Oosten (zij die het Swahili, een Arabische achtige taal over het Afrikaanse continent verspreidden), maar ook voor een deel Afrikaanse Islam-aanhangers. Later zag ook een Afrikaanse stam zijn kans schoon en trok moordend en rovend door Malawi om de mensen te verkopen aan de Arabieren en Portugezen.

De Arabieren voeren in alle vroegte de rivier af, schoten een paar keer in de lucht zodat de mannen gelarmeerd uit hun hutjes kwamen, knuppelden de mannen dood en namen alle sterke vrouwen en kinderen mee.

Zanzibar

Op foto’s is te zien hoe: met een ijzeren halsband om de nek moesten ze van de overkant van het meer 3 tot 4 maanden lopen tot de kust. Vermoeide mensen werden onderweg onthoofd, zodat de halsband vrijkwam. Aan de kust werden ze verscheept naar het eiland Zanzibar.

De taferelen op zo’n schip zijn niet voor te stellen. Van de 300 mensen op zo’n boot, overleefden slechts 20 de tocht. Meer dan 400.000 slaven werden jaarlijks verkocht op de beruchte slavenmarkt van Zanzibar, nu een populaire vakantiebestemming in TanzaniĆ«.

Ngoni

Daarna was het de beurt aan de Ngoni (zelf gevlucht voor de expansiedrift van de Zuid-Afrikaanse krijgsheer Shaka Zulu), die moordend door Malawi trokken en vrouwen die niet trouwbaar waren, de borsten afsneed. Dat soort verhalen. Enfin, al deze stammen, de Ngoni, Toga en Timbuka bestaan nog. De mensen weten hier heel goed tot welke stam ze behoren en spreken ook een bijbehorende eigen taal.

Het einde van de slavernij, vrede tussen de stammen, het verslaan van de Ngoni, het is allemaal het resultaat van deze Schotse missionarissen. Het zijn een van de weinige Europeanen met christelijke zendingsdrang die de Afrikanen met respect behandelden en duizenden Afrikanen gratis onderwijs gaven.

David Livingstone

Deze missiepost is vernoemd naar de beroemde ontdekkingsreiziger David Livingstone. Livingstone verkende alleen het zuiden van het meer; het water vol bloed en lijken, zo schreef hij op, en zwoor er alles aan te doen om een einde te maken aan deze gruwelijkheden en de slavernij. Dat lukte, al gebeurde het na zijn dood.

De Britten overtuigden de Arabieren de slavenhandel op te geven, onderhandelden met de stammen over vrede en vermoordden de wrede slavendrijver Yao.

Orgel

Niet gek dus dat in dit museum zo hoog wordt opgegeven over deze blanke mensen die een orgel, een eikenhouten dressoir, een antieke toilettas en nog meer van dit soort zware luxe producten naar Afrika lieten verslepen.

Motor

Wel is het nu te laat voor ons. De zon gaat onder, we moeten onze contacten beneden aanspreken om nog van deze berg af te komen. De terugreis verheugt vooral Ruud: achterop de motor, in het donker (ja mam, met helm en heel goed licht) dalen we op spectaculaire wijze en keren we terug in de armen van onze lieve Innez, van onze favoriete lodge Namiashi Lodge die ons haar ‘favoriete gasten’ noemt en waar we nooit langer dan een snel nachtje kunnen verblijven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *